Annemieke Schoemaker

Het was een warme zomer. Het is nog steeds lekker warm. Ik was met ziekteverlof. Er is mij van alles overkomen, waardoor ik niet kon werken, en opeens ook geen columns meer kon schrijven. Ik had geen idee waar ik het over moest hebben.

Annemieke Schoemaker

Ik had geen begin meer. Nu maak ik maar een begin. Ik zal iets schrijven over die hitte, die we nog net niet vergeten zijn. We lagen allemaal op apegapen. Ik nog erger dan gewoonlijk, want mijn behandeling en de hitte samen waren een recept voor totale apathie. Toen werd het ’s nachts ook nog warm. Heet, en muggen! De volgende dag ging ik met een vriendin naar het Lalique museum in Doesburg. Ik had bedacht dat musea koel moesten zijn. Het Lalique museum was een klein oud en mooi huis, maar zonder airco. Het was er nog warmer dan buiten. Maar de kunst was zo mooi, dat ik het volhield. Later zaten we in de schaduw op een terras. Ik zag iemand fietsen met een tafelventilator. Die moest ik ook hebben. We volgden haar route achteruit en kwamen bij een echt Warenhuis. Zo een van vroeger, waar je alles kunt kopen. Kleren, pannen, schroevendraaiers, kadootjes, en, ventilatoren. Bij de kassa stonden alleen maar mensen met dezelfde ventilator in hun handen. Ik was blij. Toen ik thuiskwam, bleek het een bouwpakket, zonder gebruiksaanwijzing. Ik moest schroeven, en nadenken, en puzzelen. Ik kreeg het steeds heter, maar had nog steeds geen fan. Zweetdruppels liepen over mijn voorhoofd. Na een paar foutpogingen, zat hij in elkaar. De dagen daarna sjouwde ik hem als een klein kind met me mee, waar ik ook heenging. De hitte werd weer draaglijk. Doesburg en je warenhuis: bedankt!