RTV Rijnstreek

De lokale omroep voor Wageningen en omgeving.

 

Willem Straatman:


Kroniek van een kleinsteeds leven (23)



Een nieuw vaderland…

Het was begin augustus 1967. Ik snoerde mijn koffer op het achterrekje van mijn Royal Nord. Na een kus voor mijn moeder, een hand aan mijn vader en een ajuus naar mijn broers startte ik mijn bromfiets en zette samen met mijn vrienden Henk Nieuwenhuizen en Jan van der Ploeg koers naar Blackburn - Oswaldtwistle in Lancashire. We waren uitgenodigd door Eileen O’Hare een  “pen-friend” van Henk. 
’s Middags om half vijf moesten we bij de terminal van North Sea Ferries in Europoort zijn. We namen ruim de tijd en dat bleek nodig. Nauwelijks voorbij Rhenen slaakte Henk een kreet van pijn. Hij bleek door een wesp gestoken te zijn en nog wel in de hoek van zijn oog. Gelukkig konden we enkele honderden meters verderop bij een dokter terecht.  
Ondanks deze tegenslag en een lekke band ergens in de Lopikerwaard kwamen we op tijd aan en scheepten ons in op de “Norwave”. Het verlaten van het zeegat met een langzaam zich in de zonneschijn oplossende Hollandse kust was een ongekende sensatie. Het deinende schip bleek in de vorm van twee gezellige bars en een aantal vakantie vierende jonge meiden leuke verrassingen in petto te hebben. Met een glas bier aan de reling staande waanden we ons echte zeelui. Wel werd ik onpasselijk toen ik zag dat een paar jonge bemanningsleden als tijdverdrijf  met hengels plukjes brood door de lucht zwaaiden en zo een meeuw vingen.
De volgende ochtend ontscheepten we in Hull…een stad waar ik jaren later kind aan huis zou worden. In 1967 was Hull smerig…zwart van de smog.
We reden via steden als Leeds en Halifax, maar ook door prachtige kleine dorpjes. Soms waren de heuvels zo steil, dat onze bromfietsen het maar net aankonden. Engeland was compleet anders als verwacht. Het links rijden wende snel. Maar de aanblik van driewielige personen auto’s, motoren met overdekte zijspan en roetwolken uitbrakende vierassige vrachtwagens joeg ons jongenshart op hol. En dan de mensen… De Engelse mode week totaal af van de Nederlandse. Kortgerokte meiden dartelden tussen in “gordijnstof” geklede oude dames door. Pijprokende mannen met petten op wachtten keurig in de rij op de bus naast jongens die zo leken te zijn weggelopen uit de Rolling Stones of Pretty Things. Via het schilderachtige in Calderdale gelegen Hebden Bridge en Todmorden bereikten we rond vijf uur Oswaldtwistle. We bleken meer dan welkom te zijn en zaten al snel aan de Lancashire Hotpot, een soort hutspot. Voor de liefhebbers van wortels en uien een traktatie, voor mij een gruwel. “Rabbit-foot” grapte de vader van Eileen. Even later nam hij ons mee naar de Rose & Crown en trakteerde op een pint ale. Ik kreeg er een pie bij omdat ik volgens hem te weinig gegeten had…verrukkelijk! Ik was voor het eerst in een Engelse pub en wist dat dit niet de laatste keer zou zijn. Ik had mijn tweede vaderland gevonden. De Rose and Crown was de eerste pub in Engeland waar ik ooit kwam. Helaas werden de deuren van dit voor mij gedenkwaardige etablissement in 2019 voorgoed gesloten. Henk maakte dat allemaal van dichtbij mee. Hij trouwde met Eileen en vertrok in 1969 voorgoed naar Engeland.