RTV Rijnstreek

De lokale omroep voor Wageningen en omgeving.

 

Willem Straatman:


Kroniek van een kleinsteeds leven (17)



Korte broek.

Het begin van de zestiger jaren beleefde ik onder invloed van de ontluikende pubertijd. Ik begon me steeds ongemakkelijker in mijn korte broek te voelen, maar de sprong in de bij het “nozemdom” behorende spijkerbroek zat er nog niet in. Ik was al voor mijn tiende jaar een verwoed fan van Elvis Presley en wilde er eigenlijk net zo uit zien als hij. Spijkerbroek, leren jack en een brilcrème kuif…dat leek me wel wat. Helaas had mijn vader het niet zo op het Amerikaanse popidool voorzien. Hij was in een andere tijd opgegroeid en was niet gediend van dit soort nieuwlichterij. Dit in tegenstelling tot mijn moeder die de liedjes van Elvis, Cliff en Connie Francis vrolijk meezong en op de radio vaak “Tijd voor Teenagers” aan had staan. Maar goed… wat dit betreft was vaders wil wet en voor mij bleef het dus voorlopig behelpen met een korte broek, wollen kabeltrui en opgeschoren nekhaar.
Langzaam aan veranderde echter pa’ s houding en mocht ik gaan sparen voor een spijkerbroek of leren jack. Al snel had ik allerlei baantjes om de spaarpot te vullen. Elke dag een krantenwijk en vaak ook nog de bezorging van een radiogids er bij. Bij voorkeur zag mijn vader in die tijd de fietstassen gevuld met Het Vrije Volk of de Vara-gids, maar om ma te plezieren heb ik ook nog een tijd Trouw en de NCRV-gids bezorgd. De Telegraaf betaalde het best, maar pa had liever niet dat we die bezorgden…teveel oud zeer.
Ook in de vakanties werd er stevig aangepoot. We pakten allerlei soorten werk aan. Dat kon variëren van het helpen van de bakker of groenteboer tot het keren van kersen, plukken van bessen of rooien van aardappels in de Betuwe.  Op de steenovens kon je goed verdienen. Stenen keren leek niet zwaar, maar na de eerste honderd dacht je daar al anders over. De jongens die op ovens werkten waren geen doetjes en verdienden aardig. Vaak reden ze op mooie bromfietsen…maar daar moesten ze hard, heel hard voor werken.
Aan een brommer was ik overigens nog niet toe. Van het opgespaarde geld kocht ik zo rond mijn veertiende wel een lichtblauwe spijkerbroek en een leren jack. Er bleef genoeg over om af en toe in Luxor of het Citytheater in de Stationsstraat naar de film te gaan. De “Zots” van Westland exploiteerde die bioscoop. Er draaiden vaak films met Eddy Constantine of Elvis. Na de film liepen we twintig keer de Hoogstraat op en neer tuften stoer op de grond en floten naar alles wat een rok droeg.
Ook voor de kermis spaarden we. De Steile Wand en de Bokstent waren “top”.  Later mocht dat niet meer . De schuld van burgemeester De Niet…werd gezegd. Studenten mochten alles maar voor de rest van de jeugd was er in Wageningen bitter weinig te doen. En zo is het lang... heel lang gebleven.