RTV Rijnstreek

De lokale omroep voor Wageningen en omgeving.

 

Willem Straatman:


Kroniek van een kleinsteeds leven (9)

Het jaar 1955 bracht in mijn nog jonge leventje heel wat te weeg. Hoewel ik nog steeds niet gewend was aan de rechtlijnigheid en kaalheid van de Bloemenbuurt begon het leven toch wat meer kleur te krijgen. 

Met mijn nieuwe vrienden scharrelden we wat oud ijzer en oude kranten bij elkaar en verkochten dat voor een paar dubbeltjes bij de lompenboeren Van Ommeren, de Pruum van de Brink of Ballie Kluntjes.

Met het geld kochten we snoep bij de Vivo van Veldkamp of in het oude winkeltje van Sinus Pepplinkhuizen. Winkels waren er genoeg in de oude Buurt. Ik herinner me wasserij het Witte Zwaantje, de bakkers Horden, van der Linden en Van Aggelen ; de kappers Gijsje Onderstal, Eimers en Hent van Brakel en de sigarenzaak van Jo Mientjes. De slagerijen van Gerritsen, Postuma, Onderstal en Dort van Brakel. Groenten haalde je bij Vossers, Wolve  en Mieneke Post. Je had de fietsenwinkel van Gerritsen en het hulppostkantoor van Lindner. Poelier Westland zat in de oude rij aan de Kampweg en daar tegenover kon je op opgestapelde peppelstammen van klompenmaker Nijhuis  de stoere jongen uithangen. 


Maar dat was allemaal in de oude buurt. De nieuwe buurten waren zielloos. Zelden was er iets spectaculairs te beleven. Doorzonkamers, was aan de lijn en geraniums en begonia’s in met stinkende mest omgespitte tuinen met coniferen als afscheiding. Wat een droefsaaie ellende…
Op 5 mei 1955 was er echter volop beroering. Nederland was 10 jaar bevrijd en de hele Sportparkweg stond vol met militairen. Ze maakten zich daar klaar voor de grote parade. Vanuit de laadbak van een vrachtwagen van zandbedrijf Minnen keken we naar het enorme spektakel. Later liepen we achter de soldaten aan naar het centrum. Overal was er muziek en de Koningin was er ook. Die hebben we tot haar spijt niet ontmoet. Wel hebben we ons vergaapt aan haar Rolls Royce, die stond in de garage bij Van der Kolk aan de Gen. Foulkesweg.


Niet veel later was mijn zorgeloze leventje voorbij. In september 1955 “sleepte” mijn moeder me voor het eerst naar school. Hoe ik ook jankte en tegenstribbelde, ik werd precies op tijd bij de Koningin Emma School afgeleverd. Ik belandde in een hal vol met huilende en krijsende lotgenoten en dacht dat het einde van de wereld nabij was.

 
Niet veel later zat ik in een oude houten bank vol met inktvlekken. “Stilte”… brulde een  dreigend kijkende oudere vrouw vanachter een hoge lessenaar. Van pure schrik krompen we ineen en werd het stil in de klas. Die stilte werd even later onderbroken door een bonkend geluid. De juffrouw was opgestaan en bleek een horrelvoet te hebben. Verbijsterd keek de klas toe.
We maakten kennis met onze eerste lerares. Juffrouw Putto heette ze…een van de liefste mensen die ik ooit tegenkwam.