RTV Rijnstreek

De lokale omroep voor Wageningen en omgeving.

 

Willem Straatman:


Kroniek van een kleinsteeds leven (50)

 

Voorspoed en geluk 1
Tot diep in de tachtiger jaren was het leven me goed gezind geweest. Ik groeide op in een gelukkige familie. Zonder veel geld…maar met veel liefde. Ik wist al vroeg dat ik  trots kon zijn op mijn ouders. Want als ik zeg dat er weinig geld in huis was, dan spreek ik niet helemaal de waarheid. Mijn vader was namelijk meteropnemerincasseerder voor de PGEM, een instelling die nu NUON/ vattensfall heet. In een tijd dat schraalhans keukenmeester was, telde hij elke werkdag ‘s avonds het geïncasseerde geld. Dat duurde soms uren, omdat hij het tot de laatste cent kloppend wilde hebben. Voor die boekhouding werd door de PGEM geen cent extra betaald, dat spaarde men denk ik op om later directeuren vette bonussen van honderdduizenden euro’s per jaar uit te betalen. Om de inkomsten te vergroten deed ik allerlei baantjes. Ook mijn broers Hans, Henri, Dick, Rob en Erik  brachten kranten rond, hielpen bakker Van der Tas en groenteboer Pepplinkhuizen of incasseerden contributie voor gymclub HBS en de vakbond, waarvan pa voorzitter was. Zo verdienden we ons zondagszooitje. Pa en ma controleerden ’s avonds als je thuiskwam of de kas klopte. We leerden eerlijk en stipt te zijn. Als oudere mensen op bezoek kwamen stond je je stoel af en ook leerde je dat het beleefd was om als je oudere mensen tegen kwam deze als eerste te groeten. Stelen en een grote mond werden niet geaccepteerd. Voor je rechten opkomen wel. Als je onterecht behandeld werd stonden onze ouders vierkant achter ons. Een betere opvoeding konden we niet wensen. Ook al omdat ons de liefde voor dieren werd bijgebracht. Ma hield van katten en pa was gek op honden. Altijd waren er wel dieren om ons heen. Maar er moest wel voor gezorgd worden.Dieren – leerden we van  hen-  zijn onvoorwaardelijk in hun liefde en daarom hebben we de plicht ze zo goed mogelijk te verzorgen. Dieren zijn in mijn ogen een groot voorbeeld voor heel veel mensen. Want hoeveel van onze soort kunnen nog onvoorwaardelijke liefde geven?
De onbezorgde jeugd leek eeuwen te duren. Kattenkwaad en boodschappen doen voor oude mensen gingen hand in hand. Om bij vriendjes binnen te komen trok je aan het touwtje dat uit de brievenbus hing en op de trap stond de kan voor de melkboer klaar met het geld er naast. Als je er van pikte droeg je het brandmerk van “dief” voor jaren met je mee. De vijftiger en zestiger jaren hadden niet alleen de geur van spruitjes maar ook de begrippen vertrouwen en eerlijkheid als een warme deken om zich hangen. 

E-mailen
Bellen