Willem Straatman

Willem Straatman – Mooi Wagenings plekje

Ik schrijf zo langzamerhand 50 jaar columns. Tal van onderwerpen zijn daarbij aan de orde geweest. Begraafplaatsen zijn daarbij echter niet vaak aan bod gekomen. De oorzaak daarvan is niet zo gemakkelijk aan te geven. Ik weet wel, dat ik als klein kind bang was voor kerkhoven of dodenakkers, zoals ze in het verleden ook wel eens werden genoemd. Ik vond dat macaber klinken. Ik associeerde het met spoken, geesten, geraamten en dwaallichten.
Vroeger werd ook anders met de dood omgegaan. Als er iemand in je straat overleed, dan deden buurtgenoten –zeker op de dag van de aanzegging of begrafenis- hun overgordijnen dicht. De zwarte lijkkoets, die getrokken werd door met zwarte kleden omfloerste paarden, boezemde mij en vele andere kinderen angst en schrik in. In Wageningen werden de uitvaarten volgens mij vaak verzorgd door Stalhouderij Albers. Oudere Wageningers zeiden wel eens als iemand stierf, dat hij of zij onderweg naar Kaspers was. Dat was zoals ik me herinner de beheerder van de plaatselijke begraafplaats. De begraafplaatsen waren treurige oorden met sombere grafzerken en piepende toegangspoorten. Veelal met krassende kraaien en roeken in de bomen. Op verjaardagen in het Betuwse landarbeidershuisje van mijn grootouders vertelde oom Toon enge verhalen over de Herveldse dodenakker, die de aanwezigen de haren ten berge deden rijzen. Zelf durfde hij dan overigens ook amper nog naar huis. Hoe dan ook…, ik had het niet op kerkhoven. Het heeft jaren geduurd, voordat ik overdag – laat staan ’s avonds – alleen over het Jodenhuchtje durfde te lopen.
Langzaam aan veranderde het beeld. Ik voel me steeds meer op mijn gemak op begraafplaatsen. Door het ouder worden besef je steeds meer, dat het leven onverbrekelijk aan de dood verbonden is. Als je over een kerkhof loopt, bevind je je in feite op het trefpunt van het heden, de toekomst en het verleden. Natuurlijk voel je het verdriet als je op de stenen de namen leest van mensen, die je dierbaar waren en nog steeds zijn…, maar je beseft ook dat de dood materie wegneemt, maar niet de liefde en genegenheid. Dan besef je, dat er niet alleen zwarte kraaien en roeken in de bomen zitten, maar ook veel mooi gekleurde zangvogels. Zeker op de prachtig aangelegde en onderhouden Wageningse begraafplaats is het mogelijk je gedachten uit te laten gaan naar hen, die er niet meer zijn, maar die je eigenlijk niet kunt missen. Soms is dit voor mij en ik denk voor vele anderen het mooiste plekje van Wageningen.