Willem Straatman

Willem Straatman – Stadhuis

Elke keer als ik het stadhuis zie, dwalen mijn gedachten af naar het verleden. Niet zo vreemd, want ik heb er tientallen jaren gewerkt. Ik kende het gebouw van de kelder tot de zolder. Ik voelde me er als een kat voor de kachel. Eigenlijk ken ik het stadhuis al m’n hele leven. Ik werd er schuin tegenover in de Vijzelstraat geboren. We vonden het als kleine jongetjes wel stoer om de statige traptreden te beklimmen. Maar dat mocht niet. Dan deed de bode of hij heel boos werd en vluchtte je vanzelf weg. De trap werd eigenlijk alleen gebruikt door bruidsparen en hooggeplaatst bezoek. En door de burgemeester. Zelfs wethouders en raadsleden werden geacht het gebouw via de bordespoort of de zijingang te betreden. Zo hoort dat ook. Je moet niets, maar je wordt geacht…en je stapt een stadhuis niet in, maar je betreedt het. Al dat moderne gedoe geeft eigenlijk geen pas. Volgens mij was het september 1971, dat ik als klerk der tweede klasse op het stadhuis aan de slag ging. Ik moest bijvoorbeeld binnenkomende brieven stempelen en van codenummers voorzien. Ook bediende ik tijdens raadsvergaderingen de krakkemikkige microfooninstallatie. De heer Westerhout was toen burgemeester. Hij gaf dan iemand het woord en dan moest ik via een schakelbord de microfoon van het desbetreffende raadslid inschakelen. Dat viel niet altijd mee, want bij het minste of geringste vlogen de vroede vaderen en moederen elkaar – soms bijna letterlijk- in de haren. De publieke tribune zat dan ook altijd vol. Het taalgebruik was soms enigszins gezwollen. Zo zocht men bijvoorbeeld naar ‘adequate alternatieven’ als men het met een voorstel niet eens was. Sommige raadsleden wilden ook geen flats bouwen, maar spraken in verhullend taalgebruik over “bouwlocaties met gestapelde woonlagen”. Mijn vrouw en ik wonen sinds een aantal jaren in zo’n gestapelde woonlaag. Onze buren ook, maar die hebben dat nog niet in de gaten. Die denken, dat ze een appartement hebben gekocht.
In 2008 nam ik afscheid in en van het stadhuis. Die dag ben ik een keer via de statige trap naar het Raadhuisplein afgedaald. Ik wilde het gevoel tóch kennen. Ik kom zeker nog eens terug op mijn belevenissen in dat gedenkwaardige gebouw.